Jouw probleem?

Kwaliteit. Jouw probleem is kwaliteit.

Wat is kwaliteit? Hoe bepaal je of jij je werk goed doet? En waar het beter kan? Kwaliteit is lastig te definiëren maar overduidelijk als je het ziet of ervaart. Een definitie van kwaliteit bevat in ieder geval de volgende facetten:

  1. Je eigen visie op het vak fysiotherapie. Hoe het wel of niet dient te gebeuren. Wat er belangrijk is en wat bijzaak is.
  2. Ook bekoren we onze klanten met een kopje koffie, openingstijden buiten kantooruren, een reminder van de afspraak die je met ze hebt gemaakt en we nemen nog even de declaratie op ons. Gemak dient de mens. Klant-tevredenheid dus. Misschien hangt er ergens in de praktijk wel een ideeënbus voor suggesties. Gebeurt daar iets mee, komt er verbetering uit voort?
  3. Het standpunt van het KNGF is “kwaliteit is van de beroepsgroep”. En daarom steekt het (veel) tijd en geld in het Masterplan Kwaliteit In Beweging (MKIB). Het bevat elementen van EBP, intervisie en kwaliteitsregistratie. Een goed initiatief lijkt me, al is het wel heel lang in ontwikkeling en lijkt het een groot (en daarom log?) ding te worden.
  4. Ondertussen krijgen we allemaal een eurootje meer voor een behandeling als we voldoen aan “plus-eisen”. Dus bevestigen we massaal het idee dat je kwaliteit meet met PROMS, (een outcome measure is slechts een outcome measure, anders had het wel behandelresultaat geheten) en een behandelindex.
  5. Volgens de huidige wet- en regelgeving is iedereen verplicht na- en bijscholing te volgen. Sinds 2017 doen we ook georganiseerde intervisie met collega’s. We werken volgens pricipes van de EBP en verwijzen waar nodig (terug) naar een andere (para-)medicus. Verwar dit niet met kwaliteitsverbetering. Dit is kwaliteitsborging, het borgt een ondergrens.

 

Met een concreet idee wat kwaliteit wel en niet is, laten we het een werkdiagnose noemen, kun je vervolgens proberen het te verbeteren. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je moet er vooral mee starten.

In een systematische aanpak van kwaliteit is in ieder geval aandacht voor de ondergrens van het fysiotherapeutisch handelen. Het zoeken naar oorzaken van foutjes, om ze vervolgens te voorkomen, is een goede start. Een soort van bewuste evolutie dus. Zitten er constant mensen in je wachtkamer die er op dat moment helemaal niet horen te zijn? Duurt het bijhouden van je EPD lang omdat je nog steeds niet handig bent met de software? Lukt het telkens niet om bij een bepaalde problematiek een gewenst behandelresultaat te behalen? Allemaal zaken waar een goede oplossing voor is.

Vervolgens komt ook het verhogen van de bovengrens aan bod. Hoe goed wil je worden? Behoor je tot de beste 50% van de fysiotherapeuten in Nederland. Of misschien wel de beste 25%? (Vermakelijk dat men zichzelf vaak als boven-gemiddeld inschat. In sommige experimenten schat zelfs 2/3 van de deelnemers zich in als boven-gemiddeld. Dat kan natuurlijk helemaal niet!) Onder exceptioneel goede vakmensen zie je vaak terug dat zij zichzelf meten op twee scoreborden. Eén externe, dat scorebord wat iedereen kan zien.  En één interne, naar de standaarden die zij belangrijk vinden.

 

Bedenk dus wat kwaliteit voor jou betekent en start met een systematische aanpak van de onder- en bovengrens. Niet iedereen kan de beste te worden, maar iedereen kan wel beter worden dan je gisteren was. Stilstand is achteruitgang!